Het laatste avondmaal

 

Het slot van de interne competitie was uiteindelijk toch minder spannend dan ik vorige week dacht. Sherief moest immers winnen vandaag, terwijl ik dan hooguit remise mocht spelen, wilde hij mij in de totaalstand nog halen. Dat hem dit niet lukte kwam mede doordat ‘Bosbeskapeller’ Bart Verbaan tegenwoordig de interne van SHTV verkiest boven de verre reis naar Belgisch Park. Bart had het als ‘Badkapeller’ mij zeker nog moeilijk kunnen maken. Nu moest Sherief tegen Aat en speelde ik tegen Lex. Dat maakte mij toch licht favoriet… Na een uur spelen had ik al een pion gewonnen, terwijl Sherief tegen Aat nog geen voordeel had. Plagend vroeg ik aan Sherief of hij al remise had aangeboden. Weer een uur later had ik twee pionnen voorsprong, terwijl Aat inmiddels wat beter leek te staan. Sherief liep in elk geval grimlachend rond als een ‘Ruut’ met kiespijn… Terwijl ik innerlijk lachend doch uiterlijk onbewogen deed voorkomen alsof het nog spannend was. Nadat ik ook nog een derde pion won en de dames geruild waren, kwamen mijn paard en toren gevaarlijk opzetten richting Lex ’s Rex. Met mijn paard op f3 en zijn koning op h1 kwam de zet Th2 mat toch nog als een kleine verrassing voor hem. Niets ten nadele van Lex overigens, als derde teamspeler heeft hij het heel goed gedaan en is hij overall als 14de geëindigd, terwijl hij pas in de loop van de 1ste cyclus binnenkwam. Daarmee is Lex tweede geworden bij de nieuwkomers dit jaar. Alleen John van Eck, die pas in de 2de cyclus binnenkwam, deed het nog beter door als 9de te eindigen in de 2de cyclus, twee plaatsen hoger dan Lex. Beide heren verdienen daarmee een aanmoedigingsprijs!

 

Lex van der Meer - Gerard Milort

Stelling na 11.Ld3-e2

 

Na drie keer slaan won ik een pion, 11…Lxf3 12.Lxf3 Pxf4 13.Dxf4 Lxd4 zonder dat wit compensatie heeft. Even later kreeg ik opnieuw de gelegenheid om na een ruil een pion te winnen.

 

Stelling na 22.Pg4-h6+

 

Pion b3 is in gevaar, en ik heb mijn loper op g7 niet langer nodig, dus volgde 22…Lxh6! 23.Dxh6 a4 24.Dg5 Pc5 25.De3 axb3 26.axb3 Txb3 27.Txb3 Txb3 en zwart staat twee pionnen voor. Even later in de partij stond het zo:

 

Stelling na 39…g6-g5!

 

Ik laat deze stelling even zien, omdat het belangrijk in zo’n positie hoe je met je pionnen moet spelen. Zwart heeft een sterk paard op e5 tegen een wat zwakkere witte loper. Alle witte pionnen staan op wit, op de kleur van de loper. Zo kan hij ze wel dekken met de loper, maar de loper zelf heeft daardoor veel minder velden. Zwart wil dus zijn pionnen op zwart hebben en zijn voorpost op e5 behouden. Vandaar dat de zet 39…g6-g5! hier een belangrijke zet is. Uiteindelijk ga ik wel f5 spelen om e4 onder druk te zetten, zodat ik gedekte vrijpionnen over kan houden in het centrum.

 

Stelling na 50.f3-f4

 

Eindelijk is het wit dan gelukt om f4 te spelen, ook al kan hij die niet meer met een pion terugnemen om het paard weg te jagen. Maar nu gaat die pion zelfs helemaal verloren na een toren schaakje. 50…Tb3+ 51.Kg2 gxf4 52.Lf1 (blokkeert dat veld voor de koning) Tb2+ 53.Kh1 Pf3 En nu dreigt er dus Th2 mat.

 

Stelling na 53…Pe5-f3

 

54.Ta3? Th2+ mat. Er is een bekend matbeeld ontstaan van toren en paard met de koning in de hoek. Uiteraard was het ook na 54.Lg2 Tb1+ 55.Lf1 Txf1+ 56.Kg2 Pd2 verloren, want met een stuk en drie pionnen meer is de partij over. Grappig zou echter in de diagramstelling de zet 54.Ta2! geweest zijn. Dekt het mat en voorkomt stukverlies, want op 54…Txa2 komt 55.Lc4+ gevolgd door Lxa2. Maar ook dan winnen het paard en de vrijpionnen van zwart het makkelijk van de loper. 0-1.

 

Intussen had broeder Hans al snel verloren van Peter Ingehoes, die aan een sterke comeback bezig is. Hans claimde nog dat hij enkele weken niet geweest was en daarom uit zijn ritme was. Maar volgens mij speelde Peter gewoon heel sterk en leverde zijn aanval op de witte veste van Hans hem eerst een kwaliteit op en daarna een winnende koningsaanval. Broer Gerard had lang nodig om ‘Boer de Ruut’ tot overgave te dwingen. Dat kwam mede doordat Ruut bij voorkeur al zijn tijd gebruikt, ook al is de partij nog niet klaar. Al is het natuurlijk wel zo dat als de vlag valt de partij wel over is… Zo ook nu.

 

Ook (andere broer) Ton wist met wit de partij lang te rekken. Mede doordat Jan W. sterk tegenspel bood. Sterker nog, in het eindspel miste Jan een mooie kans op remise. Er kwam een toreneindspel op het bord met een pion meer voor Ton en pionnen op beide vleugels. De algemene regels in het toreneindspel zijn als volgt: heel veel toreneindspelen zijn remise…, ook als een partij een pion meer heeft en de pionnen staan op dezelfde vleugel, maar de torenpartij met de pion extra kan wel winnen als de pionnen verdeeld zijn over beide vleugels. En dat was hier het geval. Een andere regel in het eindspel is dat pionneneindspelen met een pion meer meestal gewonnen zijn. Dus dacht Ton dat het verstandig was om snel torens te ruilen, om zo het pionneneindspel te winnen. Meestal goed dus. Sherief zei het ook meteen al, torenruil leek hem fataal voor Jan. Maar niet als de pluspion een achtergebleven pion is en de tegenpartij met één pion twee pionnen kan vastleggen. Dan telt de pluspion niet mee. En is remise wel mogelijk. Mits de koningen elkaar in evenwicht houden. Na de torenruil had Jan met de zet h5-h4 de witte pionnen op h3 en g2 vast kunnen leggen, terwijl hij dan met zijn koning precies op tijd was in het centrum om de andere pionnen ook te blokkeren. Helaas voor Jan speelde hij eerst Ke5, welke zet hij ook nog een zet later had kunnen doen. Ton, gehaaid als altijd, zag het gevaar en speelde toen zelf snel h3-h4, waarna het pionneneindspel inderdaad gewoon gewonnen was (en werd). Overigens moet de check met de rekenmachine nog uitwijzen of mijn ‘analyse’ in deze correct is. Maar ik dacht van wel 😊*.

 

Aan een andere tafel werd een spannend duel uitgevochten tussen derde nieuwkomer Cor de Jong en oudgediende Evert van Dalen. Hoewel de partij lange tijd gelijk op leek te gaan, was deze toch ineens over. Blijkbaar had Evert iets heel listigs gedaan waar Cor niet op gerekend had, want Evert won en keek daarbij ondeugend vrolijk 😉.

 

Bijzonder hoogtepunt van de avond was de knappe overwinning die eerdere nieuwkomer John van Eck met zwart boekte op ‘good old’ Tinus van Velzen. Martin leek op weg om John mat te zetten met dame en toren, nadat John’s koning de wijk had genomen naar h6 en daar niet meer weg kon. Maar de dame van John keek ook dreigend naar Martins koning en zijn dame werd daarbij ondersteund door paard en loper. Om zelf niet mat te gaan liet John zijn loper instaan en slaan, waarna hij uiterst listig met dame en paard binnenkwam op f3 en f1. En daarna ging de witte koning mat op h2! Als het goed is heeft Hans enkele fragmenten voor ons bewaard…

 

Ja, en dan nog de ontknoping van de uiterst spannende partij tussen Sherief en Aat. In het middenspel gebeurde van alles, waarbij de balans ogenschijnlijk lichtjes heen en weer bewoog tussen voordeel voor Aat (met wit) en voordeel voor zwart. Zeker nadat Aat verkeerd leek af te wikkelen, zag het er even naar uit dat de potentiele vrijpion van Sherief op de damevleugel veel sterker zou worden dan de geblokkeerde dubbelpion van Aat op de koningsvleugel. Met elk nog een toren en een licht stuk dacht Sherief ook dat hij winstkansen had, en die leken ook nog toe te nemen nadat de torens geruild werden. Eén onnauwkeurige zet van Sherief was echter voldoende voor Aat om alsnog remise te maken, door een zwarte pion onschadelijk te maken, waarna hij zijn paard rustig kon offeren voor de vrije b-pion. De loper van Sherief, die eigenlijk het paard had moeten domineren met goede winstkansen, moest nu machteloos toezien hoe de vrede tot stand kwam en remise een feit werd. Daarmee werd Sherief winnaar van de 2de cyclus, maar kwam hij in de totaalstand zo’n 50 punten te kort om de regerend kampioen Gerard Milort van zijn zevende titel af te houden in tien jaar tijd. Was ik het zelf die mede een einde heeft gemaakt aan het ‘Bart-Verbaan-staat-bovenaan’ tijdperk, nu wordt het toch echt tijd dat Sherief (of Cor Kanters) eens een eind maakt aan het GM-tijdperk 😉.

 

* Het eindspel van Ton (w) tegen Jan (zw) stond dacht ik ongeveer zo:

 

Zwart aan zet

 

Ook in deze stelling hangt alles af van de wijze waarop je met je pionnen speelt. Welke velden moet je (snel) bezetten om de andere partij in zijn activiteiten te beperken. In een pionneneindspel als deze met een pion minder kan zwart zich alleen redden als hij de achtergebleven pionnen achter kan houden. Zwart maakt remise met 1…h4! Daarmee voorkomt hij dat wit zelf g3 en h4 speelt en zo g5 tegenhoudt. Na 1…h4 houdt die pion g2 en h3 tegen, waardoor de extra pion van weinig waarde meer is. De op zich ook goede zet Ke5 kan dan daarna volgen. Maar first things first. De machine geeft inderdaad aan dat zwart na 1…h4 remise houdt, terwijl de stelling na 1…Ke5(?) 2.h4! voor wit gewonnen is (+3). Zwart kan dan niet meer verhinderen dat wit een keer met d4 gaat breken, mede omdat zwart straks geen tempo zetten meer heeft met zijn pionnen (vanwege de witte pion op h4). Wit dwingt dan de zwarte koning veld e5 te verlaten, waarna d4 komt. Als zwart zelf eerst h4 had gedaan, had wit geen tempo zetten extra, maar zwart wel, omdat hij dan nog f6 en g5 achter de hand heeft. De zwarte koning kan dan wel op e5 blijven staan, waarna wit niet verder komt. Maar kort hiervoor had Ton met de f-pion op e4 teruggeslagen, waar dxe4 beter was (en wel winnend).