De Grote Mazzelaar…

 

Word ik in het Schaakcafé vanwege mijn initialen nog weleens de enige GM van het Schaakhuis genoemd, bij ons in Belgisch Park gaat elke vergelijking met een GM mank, althans in de betekenis van Grootmeester dan. Hier kunnen we beter spreken van de Grote Mazzelaar. Eerst was ik twee weken terug tegen Sherief al langs de rand van de afgrond gegaan, en er net niet in gevallen. Ik kwam nog net met remise weg, al stond ik verschrikkelijk verloren… Dat verslag hebben jullie al kunnen zien. Vorige week tegen naamgenoot GW was het zo mogelijk nog erger. Ook daar gaf ik eerst mijn voordeel weg, met een foutief stukoffer, en kwam ik heel erg slecht te staan. Tot op het laatst… Na een listig schaakje ging GW naar het enige foute veld en liep hij prompt mat in twee! Een heel punt bij elkaar gezwijnd, ondanks sterk spel van mijn tegenstander. Op dat ene zetje na dan…

 

Gerard Werkhoven - Gerard Milort

 

Stelling na 11…b7-b5

 

In de Sämisch van het Konings-Indisch laat wit duidelijk zien wat hij van plan is: alle stukken op mijn koning. Ik moet daarom snel een tegenstoot doen op de damevleugel. Maakt de lange rokade minder aantrekkelijk en er dreigt slaan op c4 en dan op d5. De zet b5 ondermijnt immers de dekking van d5. Daarom slaat GW zelf op b5, waar dxe6 ook mogelijk was, maar dan ontwikkel ik mijn loper met Lxe6. 12.cxb5 exd5! 13.Lxf6! Lxf6 14.Pxd5! Lh4+ 15.Kd1 axb5 16.Dxa5 Txa5 17.Pc7 Te7 18.Pxb5

 

Stelling na 18.Pc7xb5

Zwart heeft een pion geofferd voor actief stukkenspel met het loperpaar en de witte koning in het midden. Daarom is het zaak lijnen te openen voor mijn stukken, om te beginnen in het centrum. 18…d5! 19.Pd6 Le6 20.Pf4 dxe4 21.Pxe4

 

Stelling na 21.Pc3xe4

 

Hier kan ik het beste gewoon op a2 slaan met de loper of met de toren, eventueel gevolgd door Lb3+. Maar ik meende een leukere combinatie te zien, omdat pion f3 zowel Pe4 als g4 moet dekken. Overbelasting dacht ik, en zo kwam ik op het idee van een schijnoffer op g4. Helaas helemaal fout vanwege een listige tussenzet van wit. 21…Lxg4?? 22.Pg2!! Auw, niet gezien… Nu staan er twee stukken in, en mijn zwartveldige loper kan nergens heen. Dekken helpt niet, want 22… g5 faalt ook, op 23.Pxh4 gxh4 24.Tg1 en vanwege de penning gaat de loper op g4 ook verloren. Het beste was nu 22…Txe4 23.fxe4 Lxe2+ 24.Kxe2 Lf2 met gering nadeel. Maar enigszins aangeslagen deed ik mijn loper op h4 cadeau. 22…Lf5 23.Pxh4 Lxe4 24.fxe4 Txe4 25.Pf3 c4 26.Te1 Pc6 27.a3 Pb4

 

Stelling na 27…Pc6-b4

 

In een poging nog wat terug te doen dring ik wit wat naar achteren te gaan. GW probeert daaraan te ontsnappen door met zijn koning naar voren te lopen. 28.Kd2 Td5+ 29.Kc3 Pd3 30.Pd2 Th4 31.Lxd3 Txd3+ 32.Kc2 Txh2 33.Ted1

 

Stelling na 33.Te1-d1

 

Nu ik pion h2 heb veroverd heb ik weer wat hoop op remise gekregen. Niet helemaal terecht, want wit staat nog steeds gewonnen. Ik moet nu de a-pion gaan tegenhouden, want anders gaat het wel heel snel bergafwaarts. 33…Td5 34.a4 Ta5 35.Kc3 Th3+ 36.Kb4 Ta8 37.Pxc4 Tb8+ 38.Kc5 Tc8+.

 

Stelling na 38…Tb8-c8+

 

Altijd schaak geven, het mocht eens mat zijn (of gaan), zeiden we vroeger bij de jeugd… 39.Kb5?? Een vreselijke fout, die een heel punt kost! Het was de enige zet die verliest. Zelfs als wit zijn paard verliest en een toren ruilt, dan nog is zijn a-pion veel eerder aan de overkant dan mijn vrijpionnen. Vanuit het diagram kan wit gewoon 39.Kd5 Th5+ 40.Kd6 (40.Pe5 f6) Txc4 41.a5 spelen, waarna de witte a-pion sneller is dan de zwarte h- of g-pion. Nu kwam er na 39.Kb5? geen Th5+, maar heel gemeen 39…Tb3+, waarna wit het opgaf… Want op 40.Ka5 of Ka6 komt immers Ta8 mat! 0-1.