Koplopers komen goed weg; 3de team weer kampioen!

 

 

Terwijl ons dappere derde de beslissende wedstrijd voor het kampioenschap tegen de nummer twee uit de poule glansrijk met een 75%-score aan het winnen was, en daarmee promotie naar de 3de klasse veiligstelde, zaten Sherief en ik te zwaar zwetend te zwoegen tegen Peter en Aat in onze eigen kleine kampioensrace. Met genoegen keek ik begin van de avond toe hoe de openingsbehandeling van Peter Ingehoes openingskenner Sherief in diens eigen Drakenvariant vreselijk in de problemen bracht. Halverwege de avond, toen het derde nog niet gewonnen had, stond Sherief volgens menigeen behoorlijk verloren, niet in het minst volgens de sheriff zelf. Op dat moment had ik juist een mooie stelling opgebouwd tegen Aat en was ik bezig de vis op het droge te trekken. Dacht ik. Maar Sherief zou de sheriff niet zijn als hij niet weer eens amechtig zou weten te ontsnappen. Daarbij werd hij erg geholpen door Peter zelf, die de luxe van veel tijdvoordeel niet om weet te zetten in een verdieping van de stelling. En dat is jammer, want door deze ietwat onrustige ‘rapid-overdrive’ verliest Peter onnodig veel punten. Met wat meer rust en geduld gaat de score zeker omhoog!

 

Ergens halverwege het middenspel verwaterde mijn voordeel en werd de stelling diffuus. Waarschijnlijk vergat ik op tijd dames te ruilen en een erg gunstig eindspel in te gaan. Tja, dat ben ik ook niet zo gewend, he… Nu was het de beurt aan Sherief om besmuikt grijnzend bij mijn bord te komen kijken. Hij was lekker ontsnapt en had zojuist gewonnen. Het derde begon zachtjes feest te vieren want het stond inmiddels al 3,5-1,5 en ook de laatste partij zou gewonnen gaan worden. En ik was in een verschrikkelijk eindspel gevecht verwikkeld met Aat die, nadat ik drie keer remise had afgeslagen, strijdlustig meldde dat hij nu tot het bloedige einde door zou gaan. En een bloedig einde zou het worden… Onnodig had ik een stuk geofferd voor enkele vrijpionnen, en ongelukkigerwijs was de waardering bij thuiskomst door dat offer omgedraaid van + 1 naar -1 op de schaal van Fritz. Maar zo eenvoudig was het op het bord nog niet… Hoe het afliep zien jullie hieronder.

 

In een Slavische Verdediging met Lf4 van wit bood Aat met Ld6 aan om mijn ‘slechte’ te ruilen tegen zijn ‘goede’, en dan lekker op zijn slechte loper van c8 te gaan spelen. Zoals ik dat weleens eerder heb gehad en ook heb laten zien en toegelicht in een verslag op dit forum. Ik vond dat een aardig voorstel van Aat en ging meteen aan de slag. Dat leverde na een zet of tien de volgende stelling op.

 

Gerard Milort – Aat van der Toorn, 20-03-2017

 

Stelling na 9…Pb8-d7

 

Na ruilen op d6 heb ik c5 gespeeld om de loper op c8 zo lang mogelijk vast te houden, en om ruimtevoordeel op te bouwen. Wit kan bijvoorbeeld met a4-b4-b5 op c5 gaan drukken, dat is spelen op de juiste vleugel zoals Botwinnik dat bedacht heeft, of je kan wellicht met f3 en g4 richting koning gaan. Meer voor de hand ligt om veld e5 te blijven bezetten, ondersteunt door f4, maar ook vrij te houden voor een stuk. Als ik nu 10.f4 speel dan kan Pxe5 11.fxe5 Pe4 en kan ik geen Pe5 meer spelen. Daarom denk ik dat ik twee zetten terug te snel Pe5 gespeeld heb. Beter was eerste enkele andere stukken te ontwikkelen, en pas Pe5 te spelen als bv Pd2-f3 er achteraan kan komen, en als Ld3 al gespeeld is (om bv Pe4 wel af te kunnen ruilen). Zo bedacht ik hier het kromme 10.Pd3. Dan geef je dus les aan de jeugd, waarbij je netjes uitlegt dat je in de opening niet drie keer met hetzelfde stuk moet spelen, en dan doe je het zelf lekker wel. Het moest niet magge moge 😊 … De partij ging verder met 10.Pd3 0-0 11.f4 Pe4 12.Tc1 Pxc3 13.Txc3 Pf6 14.Pe5 Ld7 15.Le2 Pe4 16.Ta3 Le8 17.Lf3

 

Stelling na 22…Lh5-f7

 

Er is een mooie stelling ontstaan, waarin de pionnenstructuur vastligt en wit een mooi paard heeft op e5 tegen een slechte zwarte loper op f7. De opmars b4-b5 ondersteunt door Da5 hangt in de lucht, terwijl ook Dh4 en g5-g6 met aanval mogelijk is. Maar ook de zet Tb3 heb ik overwogen. Verhinderd namelijk Pd7… Gewoontegetrouw kies ik toch voor de koningsvleugel. 23.Dh4 Tfe8 24.g5 Pd7 25.Pg4 (Grappig genoeg stelt de computer hier voor om Pxf7 te spelen. Zal best goed zijn hoor, maar dat is niet in de geest van de partij) Lg6 26.Tf2 Lf5 27.Th2 g6 28.Ph6+ Kh8

 

Stelling na 28…Kg8-h8

 

Alle witte stuken staan mooi voor de aanval, behalve de toren op a3. Het was dan ook tijd om deze erbij te halen. Daartoe keek ik naar 29.e4!?, een lijnruimingsoffer, om snel Th3 mogelijk te maken. Om 29…dxe4 met 30.Lg4 te beantwoorden, en zo veld h3 beschikbaar te krijgen. Maar door e4 worden mijn pionnen op d4 en f4 wel erg zwak, en zwart krijgt veld d5 erbij. Dus toch maar niet. Zo kwam ik op het idee om meteen Lg4 te spelen. Beter was wellicht de manoeuvre Ta3-c3-c1-h1 met Kf2 tussendoor. Duurt echter wel enkele zetten, maar als zwart toch niet veel kan doen… Zijn enige tegenspel is b6, wat ik makkelijk opvang met b4. 29.Lg4?! Pf8 30.b4 b6 31.De1 (op weg naar veld c3 of d4) bxc5 32.dxc5 Dg7 33.Ta6 Tec8 34.Dd1 Tc7 35.Dd4

 

Stelling na 35.Dd1-d4

 

Dit leek mij een goed plan, want na Dxd4 exd4 heb ik mooi mijn pionnenstructuur verbeterd. Maar zwart ruilt natuurlijk niet zelf. Hij had hier met de breekzet 35…e5! 36.dex5 Pe6! terug in de wedstrijd kunnen komen. 35…Tb8 36.Tb2(?) Pd7 37.Kg2??

 

Stelling na 37.Kg1-g2?

 

Ik had hier nog 20 minuten, dus geen reden voor deze twee mindere zetten. Ik wilde na 37…e5 38.fxe5 Pxe5 39.Lxf5 geen last hebben van Pf3+ en Pxd4. Maar nu zit er anders in de stelling. Ik had geheel overzien dat zwart nu gratis en sterk op c5 kan slaan: 37…Pxc5! Zowel pion b4 als dame d4 staan gepend, vanwege de dreiging Txb2 of Dxb2 met torenverlies. Met schaak, ook dat nog eens. Gelukkig zag Aat het ook niet en speelde 37…Te8(?). Hier zag ik mijn kans schoon om mijn paard van h6 via f7 naar terug het centrum te manoeuvreren, gebruik makend van de gepende dame op g7. De beste manier en volgorde daarvoor was om te beginnen met Lxf5, en na het schaak op f7 direct de dames te ruilen. Wat dan overblijft is een makkelijk gewonnen eindspel. Maar ik vergat dames te ruilen… 38.Pf7+ Kg8 39.Pd6 Te7 40.Lf3 (?) (hier had ik Lxf5 moeten spelen) 40… e5!

 

Stelling na 40…e6-e5!

 

Eindelijk is zwart dan zover, e5 is gespeeld, en het lijkt goed. Toch had wit hier met 41.fxe5 Dxe5 42.b5 Pxc5 43.Dxe5 Txe5 44.Txc6! aardig voordeel kunnen krijgen. Ik had gemist dat ik op c6 zou kunnen slaan en dan met de (a- en) b-pion moet kunnen winnen. Zie analysediagram:

 

Analyse na 44.Ta6xc6

 

Inmiddels hadden we beiden nog zo’n tien minuten op de klok, terwijl alle andere partijen al zo ongeveer klaar waren, en er dus een flinke schare toeschouwers om ons bord heen stonden. Geheel voor de Bühne besloot ik na 40…e5 tot een dubieus (en incorrect) stukoffer, met het idee mijn c- en b-pion zo snel mogelijk te laten promoveren. 41.Lxd5+? Kf8! Zwart vermijdt terecht 41…cxd5 42.Dxd5+ gevolgd door Da8+ en Txa7. Er staan immers toch twee witte stukken in, dus waarom haasten? 42.fxe5 cxd5 43.Dxd5 Dxe5 44.Dxe5 Txe5 45.Ta3(?) (beter was Tf2, waarna de stelling overigens 0,00 gelijk staat) 45…Le4+… Hier was Le6 sterk voor zwart, met goede kansen op winst. 46.Kg3 e7 47.Kf4 Lf5 48.Td2 Te6(?)

 

Stelling na 48…Te5-e6

 

Nodig was Le6, want de terugweg van de loper raakt afgesloten. Ik heb hier al even naar de combinatie 49.Txa7 Txa7 50.Pc8+ Kf7 51.Pxa7 gekeken, maar dan is mijn paard een beetje verdwaald en na Te4+ gevolgd door Tg4 gaat mijn pion op g5 er ook af. Verder zag i de dreiging e4 en de loper zit klem. Maar vreemd genoeg speelde ik toch eerst nog Td4, alsof zwart anders op e4 zou kunnen slaan… Maar dat kan helemaal niet, en daarom had 49.e4 hier makkelijk gewonnen. Na Td4 had zwart nog iets als Lc2 of Lb1 kunnen proberen, maar lekker is het niet. 49.Td4 Pe5 50.e4! Lg4 51.Td5! Valt het paard aan dat de loper dekt, opruimen verdediger heet dat in het Stappenplan… 51…Pf7. Het enige, knap gevonden in tijdnood van Aat. Zo krijgt hij er nog een pion voor, of twee als ik niet oppas (niet 52.Pxf7? Kxf7 53.Kxg4 Txe4+ en Txb4=).

 

Stelling na 51…Pe5-f7

 

Nu zwart zijn kansjes tussendoor niet benut heeft staat wit weer aan het roer. Maar hoe nu verder? Ik zag (behalve Pxf7?) twee aantrekkelijke varianten: Die ene met 52.Txa7 Txa7 en 53.Pc8+ met pionwinst en kans op promotie, maar zwart houdt zijn loper; en die andere, gewoon op g4 slaan. Welke zou u kiezen met weinig tijd? ‘t Zekere voor het onzekere nemen en dan maar pion c5 teruggeven voor het stuk? Daar koos ik wel voor, want die andere variant was moeilijker door te rekenen en ik kon dat eindspel niet goed inschatten. Op a7 slaan lijkt leuk met al die pionnen, maar na 54.Pxa7 Ta6! valt pion a2 en dan weet je het maar nooit. 52.Kxg4 Pxd6 53.cxd6+ Txd6 54.Tc5!? Beetje onduidelijk waarom ik dit deed. Gewoon een toren ruilen op d6 is het makkelijkst. 54…Tb7 55.b5 Td4 56.Kf4 Kd6 57.Tac3

 

 

Stelling na 57.Ta3-c3

 

De pluspion en de betere stelling leveren wit een waardering van 1,6 op van de machine, wat betekent dat het te winnen moet zijn. Zoiets dacht ik ook tijdens de partij. De druk op de pionnen op a7 en h7, die beiden vast staan, de witte pion op b5, en de verbonden torens op de c-lijn zijn allemaal voordelen die bij elkaar optellen en de partij kunnen beslissen. Maar één foutje en het is zo weer remise, of nog erger… Gelukkig komt zwart nu eerst met een onnauwkeurige zet. Het hardnekkigst was hier de d=lijn opgeven met 57…Tb4 58.Td5+ Ke7 en wit moet nog werken voor zijn punt. 57…Td1 58.Tc6+ Kd7 59.T3c5(?).

 

Stelling na 59.Tc3-c5

 

Sluit de zwarte koning mooi op, edoch overziet de volgende kleine combinatie. Goed was 59.a4 om b5 te dekken. 59…Txb5! Na 60.Txb5 Kxc6 61.Ta5 b6 is het remiseachtig. Ik mag dus geen torens ruilen en moet schaak blijven geven. Een bekend gezegde luidt: ‘altijd schaak geven, het mocht eens mat zijn.’ Een zet later werd dit onverwachts bewaarheid! 60.Tc7+ Kd6?? 61.T5c6+ mat! 1-0. Met 60…Kd8 had zwart kunnen blijven vechten. Al geeft de machine wel aan dat wit dan na 61.Tc8+ Kd7 62.T5c7+ d6 63.Tc6+ druk en voordeel blijft houden. Een lastig eindspel in tijdnood na een mooi strategisch gevecht. Waarbij wit de meeste kansen op winst had, maar elke uitslag mogelijk was.