Verslag 15 januari

 

Op het programma stond de inhaal wedstrijd tegen DD3, die een paar weken terug door winterse overlast afgelast was. De velden waren nog redelijk bespeelbaar, maar de weg naar het clublokaal durfde niet iedereen te nemen. DD had een tactische opstelling bedacht; hun beste 4 spelers op de borden 5-8 en de overige 4 op bord 1-4 in omgekeerde volgorde van sterkte. Gerard Milort geeft commentaar bij zijn eigen partij. Ik vul hier en daar het korte verslag van Ton aan, die er voor koos om wedstrijdleider te zijn vanwege zijn hoestbuien.

 

Bord 5

Floris speelde tegen de bekende Jan Joost Lindner. Na 1.e4 d5 speelde wit 2.e5. Floris ging verder met Lf5 waardoor een soort Caro-Kahn ontstond waarbij c6 uitgesteld is. Door op een gegeven moment c5 te spelen win je een tempo. Wit kreeg uiteindelijk een gedekt paard op e6 die de zwarte stelling verlamde. Zwart ging er vrij geruisloos van af. 0-1

 

Bord 7

Net toen ik dacht dat Peter de openingsproblemen achter de rug had, ging opeens de ongedekte pion g6 verloren met ook nog schaak. Peter gaf gelijk op. 0-2

 

Bord 2 (Gerard Milort)

Het was er op of er onder en het werd een echt Degradatie Duel (deel 3)

 

Het was een strijd op leven en dood, het was er op of eronder. We speelden tegen (cup) dubbel-D 3, die net als wij nog dubbel-0 punten hadden. Een direct Degradatie Duel dus. Dat overkomt ons overigens bijna elk jaar, nu al zeker drie jaar achtereen. Degradatie Duel 3 dus, en tegen wie kun je dat beter spelen dan tegen DD 3! Nu zijn wij -eerlijkheid gebied te melden- zeker wel enigszins aan te merken als (ik zie ons eigen Corretje Ka al instemmend knikken) ‘Dikke Dinosuarussen’; maar gezegd moet worden dat ‘De Deftige’ heren van DD 3 ons daarin zeker zeer goed partij boden! (Gelukkig hebben wij stevig meubilair gekregen van de kerk😊)

 

Hoe zou de strijd op de borden verlopen? Wellicht dat Hans en/ of Ton daar al een histories of hilarisch bericht over hebben geformuleerd, al dan niet be-Zijdens de waarheid, bij deze dan een meer realistische aanvulling 😉

 

Ik had mij goed voorbereid. Met zwart tegen Jan Joost Lindner (voor de 3de keer), of tegen Alexander Munninghoff (voor het eerst); grote coryfeeën uit een roemrucht verleden. Het zou een klassieke avond worden, ik wist het zeker. Nou, mooi niet dus. Althans niet zo. Ik had wit en niet zwart, en ik mocht het opnemen tegen Remko (E.R.) de Waard, wiens sterkere naamgenoot mij ooit eens (onterecht overigens) verslagen had. En zijn initialen E.R. zijn bekend van de Emergency Room uitzendingen. Dus dan weet je het wel! Lekker bezig, goed voorbereid indeed?! Not dus.

 

Niet getreurd, dan verzin ik wel wat achter het bord. Desnoods speel ik iets wat niet zo scherp is of zelfs niet zo sterk. Stelling ingewikkeld maken, en dan er op rekenen dat ik de sterkere schaker ben. Geeft best leuk spel, al is het ook riskant. Maar ik kan het Giri aanraden! Je scoort er wel vaak punten mee. Hele punten, geen halve eieren! Dus stond ik na een aantal openingszetten eigenlijk niet heel goed, maar gewoon iets minder.

 

Gerard Milort (RSCBP 1) – Remko de Waard (DD 3)

 

Stelling na 6…c7-c5

 

Zwart speelt de Grünfeld-Indisch, een interessante en moeilijke opening, die ik weer aan het bestuderen ben; maar nu even niet, helaas. Daarom koos voor het rustige -edoch tegenwoordig populaire- 5.Lf4 i.p.v. bv 3 of Lg5. Ook nu kies ik voor een minder gebruikelijke zet, Tc1, wat wel kan maar eigenlijk niet de sterkste voortzetting is. De openingsregels luiden nu eenmaal dat je eerst het centrum bezet en je lichte stukken ontwikkelt, dan je koning in veiligheid brengt, en dan pas de zware stukken in beweging zet. Gezondigd dus tegen de regels, en dat kost de tegenstander altijd meer tijd, en kopzorgen. Er bestaat immers een wilde variant waarin zwart zijn pion op c7 offert voor aanval tegen de nog niet ontwikkelde witte koningsvleugel. Zou ik iets weten of voorbereid hebben dat hij niet kent? Je weet maar nooit! Uitkijken geblazen dus, denken ze dan. Die ‘gast’ speelt immers ook KNSB, en is dus best wel sterk, en dat is gevaarlijk! Het wordt nog erger. Wit gaat pion c4 gewoon offeren. Na de zetten 7.Tc1 cxd4 8.exd4 Pc6 9.Le2 dxc4 10.0-0 Lg4 sla ik niet op c4, omdat zwart dan op f3 kan slaan en daarna op d4.

 

Stelling na 10... Lc8-g4

 

Zwart heeft tot nu toe steeds goede en actieve zetten gedaan, hij heeft de gambietpion, en zich in de juiste volgorde ontwikkeld. Wit heeft echter meer invloed in het centrum en veel actievere stukken. In plaats van op jacht te gaan naar pion c4 speel ik op het loperpaar, en ruimte en activiteit van de stukken. Dat is een dynamisch voordeel dat ruim op kan wegen tegen het structurele voordeeltje van de pluspion die zwart heeft. Maar dan moet je wel dynamisch blijven spelen, en je tijdelijke voordeel op tijd omzetten in structureel voordeel, zoals materiaal of mat. 11.h3! Lxf3 12.Lxf3 Tc8

 

Stelling na 12... Ta8-c8

 

Zwart laat zich niet in op 12... Dxd4 13.Dxd4 Pxd4 vanwege 14.Lxb7 Tad8, al had dat wel gekund. Dit kostte hem al veel tijd. 13.d5 Pa5 14.Te1 Dd7 15.Dd2 b6

 

Stelling na 15... b7-b6

 

Mijn strategie is er op gericht op meerdere fronten aan te vallen, terwijl ik zijn stukken probeer te beperken in hun ruimte en activiteit. Als ik te lang wacht kan Pb7-c5-d3 volgen, dus snelheid is geboden. Uiteindelijk wil ik op de damevleugel twee pionnen terugkrijgen voor mijn geofferde pion, of in de aanval winnen. Ik begin met de aanval op de koning. Ik kan Lh6 spelen, maar zonder paard op f3 om Pg5 te spelen is dat niet direct gevaarlijk. Ook kan ik de druk op e7 opvoeren met b.v. De2, een zet die ook handig is om Pb7-c5 te voorkomen, omdat pion c4 dan hangt. Maar eerst wil ik klaar staan op het paard op f6 aan te vallen. Ik heb dat geoefend in rapid en snelschaak partijen. Strikt genomen is het niet goed om je eigen koningstelling te verzwakken, maar -mijn zwakke punt?!- ik kan het natuurlijk niet laten. En om complicaties uit te lokken die (ook) in mijn voordeel kunnen doorslaan, moet je soms wat risico nemen. Lees je mee, Giri? David King bespreekt op You Tube de vijfde ronde van Tata Steel Chess en laat zien dat Svidler tegen Yifan wel die risico’s nam, en ook won, terwijl Giri tegen een lager gerate speler voorzichtig speelde en niet won. Ik ben dan meer een type Svidler, want ik trek nu ten strijde met de opmars g4, om met g5 het paard weg te kunnen jagen. Op Ph5 komt dan Lxh5, en na Pe8 is pion e7 lastiger te dekken want dan kan Te8 niet. 16.g4!? 16... h5?! Zwart reageert na lang nadenken met het principiële h5. Niet ongevaarlijk, want under cover dreigt zwart (na slaan op h5) Dxh3. “Dat zijn geen grappen”, zou Han Nicolaas zeggen. Maar ik maak ook geen grappen, en ga over tot de ‘dubbelaanval’ met De2, waarmee ik zowel e7 als h5 aanval. 17.De2 hxg4 18.hxg4 e6

 

Stelling na 18... e7-e6

 

Hiermee geeft zwart een pion terug, maar na twee keer slaan op e6 bedreigt de toren op f8 mijn beide lopers op de f-lijn. Toch moet ik wel slaan op e6, want dan breek ik zijn pionnenstructuur bij de koning open en komen er extra zwaktes bij. Op den duur moet ik dan pionnen kunnen gaan oprapen. Niet zo makkelijk voor zwart, zeker niet omdat hij na nog geen 20 zetten al in tijdnood zat, om alles bij elkaar te houden. Zover kwam het echter niet, want na 19.dxe6 speelde zwart niets vermoedend 19... Dxe6? Ziet u wat er toen voor vreselijks gebeurde?

 

Stelling na 19... Dd7xe6?

 

Mijn lopers en mijn paard domineren het centrum en eigenlijk het hele bord, helemaal in combinatie met de zware stukken op de open lijnen. Waar gaat de zwarte dame eigenlijk naar toe als ik niet ruil op e6, maar mijn dame gewoon weghaal? Na Df1 of Dc2 kan zij alleen nog maar naar d7, en dan speel ik Td1 en zijn alle velden op! Ik speelde dus 20.Dc2! En zwart gaf het hoofdschuddend op vanwege 20... Dd7 21.Tcd1 en de dame is midden op het bord gevangen!

 

Stelling na 21.Tc1-d1

 

Overigens was 20.Df1! nauwkeuriger geweest, met dekking van Te1, want zwart had nu nog 21…Tfe8! kunnen proberen, om na 22.Txd7 Txe1+ te spelen, gevolgd door 23.Kg2 Pxd7. Dan lijkt het alsof hij twee torens voor de dame heeft. Maar dat blijft niet zo na 24.Dd2 met dubbele aanval op Te1 en Pd7. Het paard op d7 gaat dan verloren na 24... Te7 25.Dd6 Tce8 26.Pd5! en dan is het ook over en uit.

 

Analyse na 26.Pc3-d5

 

Met nog één minuut op de klok zag hij dit niet (of hij liet het zich niet bewijzen) en gaf op. 1-0. Ter Zijden hoort u hoe het verder afliep. 1-2

 

Bord 8

Ook Dennis Wareman was slachtoffer van de tactische opstelling en trof met M. van Iersel (1840) een sterkere tegenstander. Veel maakte dat echter niet uit, want de zwakste DD’er had nog altijd 1799. Dennis maakte er een ongelooflijke koffiehuispartij van. Veel fouten over en weer.

 

1.d4 e6 2.e4 d5 3.Pc3 Lb4 4.a3 La5 (theorie is Lxc3) 5.Ld2? dxe4 6.f3? Dennis probeert een soort Blackmar-Diemer, maar dat is in deze stand erg onverstandig. 6... Pc6 (Dxd4) 7.Le3? (Pxe4) exf3? (Pf6) 8.Pxf3 Pf6 9.Ld3 Pd5 10.Ld2? Dit kost een pion. Op 10... Pxd4 11.Pxd4 volgt Dh4+. 10... Pxd4 11.O-O Lb6? Levert weer een pion in. 12.Kh1 c6? Nu staat wit zelfs weer beter. Maar wel alleen met Pxd5 Dxd5 Pg5 met vervelende aanval. 13.Pe4? Zwart kan nu weer beter komen te staan met f5. 13... h6? Dennis begint hier alleen nog goede zetten te doen, terwijl zijn tegenstander volhardde in slechte. 14.Pe5 Pf6?

 

 

Het is uit! De computer geeft al +7.48 aan. 15.Pxf6+ gxf6 16.Dh5 De7 17.Pxf7 Tf8 18.Pe5+ Kd8

 

 

Hier durfde Dennis geen Pg6 aan vanwege Df7 en het paard staat gepend. Toch is het de beste zet, want wit kan gewoon weg met de dame. Wat Dennis speelde is overigens nauwelijks minder goed.

19.Dxh6 Tg8? 20.Txf6 Pf5? 21.Lxf5 exf5 22.Lf4 Lc7 23.Td1+ Ld6 24.Tdxd6+ en de tussenstand is 2-2.

 

Bord 6

Aat speelde 1.d4 f5 2.e4. Wit geeft een pion voor initiatief. Zwart kwam te snel los en Aat kwam er niet meer aan te pas. 2-3

 

Bord 4

Hans opende uiteraard c4 en kwam in een stelling die hem wel ligt. De d-lijn ging open en alle torens gingen eraf. Zwart leek de fout in te gaan met 23... Pc5-d3.

 

 

Ik had bewust naar dit eindspel afgewikkeld. Ik had mijn loper geruild tegen zijn paard op f6, omdat er veel druk op e4 stond. Ik dacht dat zijn loper slechter zou zijn dan mijn paard. Zwart staat hier echter nog wat beter. Er dreigt natuurlijk Pf4+ met damewinst. Ik had hier echter op gerekend en verraste mijn tegenstander met 24.Pd5. De pion mag het paard niet slaan: cxd5 Dxd3 en de pion staat gepend en gaat verloren. Veld f4 staat gedekt en het zwarte paard staat aangevallen. Waar ik weer niet aan gedacht had, is dat zwart wel met de dame op d5 kan slaan. Hij wint toch de dame weer terug. Maar het zou toch niet zo’n goede zet zijn. Zwart vindt de beste zet: 24... Pc1 25.Pxf6+ gxf6 26.De3. Bedoelt om na Pxa2 terug te slaan op h7, maar Dh6 is veel beter. Zijn paard staat buitenspel en ik dreig heel vervelend te worden met g5. Zwart had hier het best 26... Pd3 kunnen doen, met iets betere stelling. Zijn 26... Dd1 vergooide zijn voordeel helemaal.

 

 

Ik zag nu ineens kansen met 27.g5. Na elke andere zet sta ik minimaal een pion achter. Zwart moet nu heel erg gaan uitkijken. Het is nu zijn beurt om de enige zet te vinden die de stand in evenwicht houdt (Dc2+). Die vindt hij niet. 27... Pd3 28.gxf6 Pf4+ 29.Kg3 Df1? Ziet er wel dreigend uit met Dg2+, maar zwart overziet dat na mijn 30.Pxe5 het zwarte paard instaat. Het is gelijk uit. 30... Pe2+

 

 

Hier moest ik kiezen tussen Kg4 of Kh4. De een wint en de ander is remise. Dat had ik niet gezien, maar ik voelde mij het veiligst met:

31.Kh4 De1+ 32.Kg4 h5+ 33.Kxh5 en opgegeven. 3-3

 

31.Kg4 Dg2 32.Kxh5 Dxh2+ 33.Kg5 h6+ 34.Kg4 Dg2+ leidt tot remise.

 

Bord 3

Cor Kanters antwoordde Pc6 op de c4 van zijn tegenstander. Met mijn gebrekkige openingskennis ben ik dan de draad al kwijt. Hij kreeg op een gegeven moment een remise aanbod. Maar moest dat afslaan i.v.m. een op dat moment 1-2 achterstand. Later werd het alsnog remise. 3½-3½

 

Bord 1

Na 2 uur spel gelijke tijd, gelijk materiaal. In een vrij gesloten stelling komt de tegenstander van Sherief binnen op c6 met een dame. Deze solistische actie leek mij niet verstandig. Zwart begon de dame in te pakken. Die kon nog wel ontsnappen maar het leverde wel veel ruimtewinst op. Wel had Sherief meer tijd verbruikt. In het eindspel verloor hij ook nog een pion. Het was desondanks waarschijnlijk nog wel remise. In wederzijdse tijdnood blunderde de tegenstander een stuk weg en toen won Sherief het eenvoudig. 4½-3½

 

Halverwege dacht ik dat het 2-6 zou worden. Dan is 4½-3½ een aangename verrassing. We zijn er nog lang niet want de onder ons staande ploegen moeten nog allemaal tegen elkaar. Al geeft dat tenminste wel de zekerheid dat er punten gemorst gaan worden door onze concurrenten.

 

Interne:

Ik was per abuis al begonnen met de 2e cyclus, waardoor er 3 paringen kwamen met verwisselde kleuren en een paring die (nog) niet gespeeld had mogen worden. Veel maakt het gelukkig niet uit en Vincent heeft inmiddels de fout hersteld. Ik volsta met de uitslagen. Ik heb tijdens een externe wedstrijd te weinig tijd om me ook te focussen op de interne.

 

Lex van der Meer - Herman Lucas ½-½

Martin van Velzen - Ruut de Boer 1-0

Gerard van der Zijden - Martin de Groot 1-0

Gerard Werkhoven - John van Eck 1-0

Karel van Leeuwen - Han Feenstra 0-1

Jan Wuister - Evert van Dalen 1-0

Jan Roeleveld - Cor Groen 0-1

 

Tot maandag, Hans.